• Gekraagde roodstaart

    Gekraagde roodstaart

    De gekraagde roodstaart is een vogelsoort van oude, parkachtige bossen. Deze vogelsoort is vooral te vinden op de zandgronden. Open plekken, oude bomen, graslanden of heiden moeten elkaar afwisselen. Gekraagde roodstaarten zijn holenbroeders, welke ook wel van nestkasten gebruik maken. De aanwezigheid van een gekraagde roodstaart blijft vaak onopgemerkt: het is nogal een schuwe en onopvallende vogelsoort die vaak pas opvalt wanneer het mannetje uitbundig zit te zingen. De gekraagde roodstaart is tegenwoordig niet meer zo algemeen als enkele decennia geleden.

  • Eekhoorn

    Eekhoorn

    De eekhoorn (Sciurus vulgaris) wordt ook vaak gewone- of rode eekhoorn genoemd. Het is een echte boombewoner die als een acrobaat door de bomen rent en springt. Hun vachtkleur varieert van rood(oranje) tot kanstanje- of donkerbruin. Eekhoorns vallen op door hun grote pluimstaart, gepluimde oren, grote ogen en lange tenen met lange, scherpe nagels. Voor meer informatie zie "Leefwijze en ecologie". 

  • Appelvink

    Appelvink

    Hebt u wel eens een punt kersenvlaai gegeten, waarin nog een pit bleek te zitten? Menigeen heeft hierop al kiezen, kronen en bruggen stukgebeten. Zo niet de appelvink. Deze vinkensoort heeft zo'n krachtige snavel dat een kersenpit schijnbaar moeiteloos gekraakt wordt. Uit onderzoek is gebleken dat de appelvink met zijn kaken een drukkracht van maar liefst 50 kilogram kan uitoefenen. Helaas gaat het grootste deel van het leven van appelvinken schuil achter vele boomtakken. De soort zit het liefst hoog in forse bomen en is bovendien bijzonder schuw en waakzaam. Door het verborgen gedrag en onopvallende geluid lijkt de appelvink zeldzamer dan hij werkelijk is. Op de zeldzame haakbek na is het de grootste en zwaarste vinkensoort van Europa.

  • Tureluur

    Tureluur

    Tureluurs zijn van oorsprong vogels van toendra's, hoogvenen en zilte steppen. In Nederland broedt de soort vooral op schorren en kwelders, vochtige en structuurrijke weidegronden en in mindere mate elders in slootrijke open gebieden. In de broedtijd worden vooral insekten en kleine, in slikkige sloten levende waterdieren, gegeten. Nederlandse tureluurs overwinteren langs de kusten van Zuidwest-Europa en Noord-Afrika. De tureluur dankt zijn naam aan het geluid dat de vogels maken. 

  • IJsvogel

    IJsvogel

    Een blauwe flits en een luide fluitende roep zijn vaak het eerste dat men van een ijsvogel te zien en horen krijgt. IJsvogels zijn kenmerkende vogels van beken en rivieren met zoet, stromend water. In mindere mate wordt ook bij stilstaande, visrijke wateren genesteld. De aanwezigheid van zandige of lemige stijle oeverranden is een vereiste, omdat daarin de nesttunnel wordt uitgegraven. 's Winters worden ijsvogels ook bij meer open en brakke of zoute wateren gezien. Het enige wat dan telt, is de aanwezigheid van voldoende voedsel - kleine visjes, waterinsekten en dergelijke - en een ijsvrij, helder wateroppervlak om dat voedsel te kunnen bemachtigen. Bovendien stellen IJsvogels prijs op enkele bomen of struiken langs de oever, welke als uitvalsbasis gebruikt worden.

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5